Dino's sterven uit     

Start

 

 

 

 

*  Chevrolet Caprice  *

De Dino ’s sterven uit! De zware GM- modellen van het kaliber Cadillac Fleetwood, Buick Roadmaster en Chevrolet Caprice kregen de laatste jaren veel verwijten te slikken. Ze zouden te groot zijn, te dorstig, te onbeweeglijk, te conservatief en uiteraard – gewoon niet meer te passen bij de huidige tijdsgeest.

Met de lancering van het GM modeljaar 1997 eindigde een geweldig hoofdstuk in de Amerikaanse autocultuur. De naar klassieke concepten gebouwde achterwielaandrijvers behoren daarmee tot het verleden. Alleen Ford verdedigt (nog) het fullsize bastion dat onder hevig vuur staat.

Jim Maxwell schetst de geschiedenis van de ook in Europa uitgesproken populaire Chevrolet Caprice.

De schuldigen van de “sudden death”van het Dino –trio zijn de trucks en een gewijzigd gedrag van de verbruikers.

Pickups en sport utility trucks (terreinwagens) verkopen in de USA als zoete broodjes. En omdat GM nog meer wagens op de markt kon gooien, als het er maar de productiehallen voor had, offerden de verantwoordelijke strategen de wat ziekelijke fullsize– limousines op.

Een harde slag, niet alleen voor de fans van enorme V8 limo’s, maar ook voor de politiediensten in heel Amerika. Want de Caprice was bijzonder geliefd bij de cops.

In 1965 bood Chevrolet voor het eerst een speciale Caprice optie voor de toentertijd nieuwe fullsize- Impala aan. De dealers konden vierdeurs hardtop versies van deze modellen met een wielbasis van 119 duim als “Caprice Custom Sedan” uitrusten als ze de “RPOZ-18” –opties bestelden. Enkele verschillen met de standaard – Impala: een robuuster freem, een verbeterde ophanging, merktypische wielafdekkingen, speciale “Caprice”emblemen en een zwarte radiatorgrille.

De Reactie van het publiek en de verkoopcijfers van het nieuwe “Sport Sedan” model waren zo goed, dat Chevrolet het pakket in 1966 ook toegankelijk maakte voor de kopers, die een tweedeurs model of een station wagon wilden.

De als optie begonnen Caprice kwam daarmee op het peil van een aparte modellenreeks en zou dat de volgende 30 jaar ook blijven. Daarnaast bleef ook de vierdeurs versie in productie.

De tweedeurs Caprice hardtop van dat jaar kreeg een heel eigen daklijn (die hem meteen onderscheidde van de “normale” tweedeurs Impala) en de Chevrolet designers gaven hem een nieuw opvallend embleem. De naam Caprice was nu in geschreven letters aangebracht, wat het een stevig en eervol karakter van het model moest onderstrepen.

De Caprice Wagons (met 6 of 9 plaatsen) werden uiterlijk opgewaardeerd door een zijdelingse houten bekleding. In deze modellen blubberde vaak een 396 ci “turbojet” big block (RPO L35), die met 325 pk voldoende trekkracht had. Niet weinig combikopers (maar ook coupe en sedan liefhebbers) kozen voor de sterkste Chevrolet motor van dat model jaar, de machtige RPO L72 met een even machtige vermogen van 425 pk!

Maar de Caprice was een echte luxe Chevrolet en de mensen die meer zagen in fullsize performance, kozen meestal voor de eveneens geliefde Impala Super Sport.

In de modellenhiërarchie was de Caprice een trapje hoger geplaatst, met een mooiere binneninrichting, een sterker freem en een betere ophanging en dat “ietsje meer” dat de versie ’66 van de luxueuze Chevy onklopbaar maakte. Het Caprice ’67 model kreeg een gloednieuw koetswerk (net als alle fullsize modellen, inclusief de Biscayne, Bel Air en Impala), waarbij de tweedeurs hardtop weer een aparte daklijn had. Een geliefde optie was de 26 dollar wielafdekkingen (nu 40 jaar geleden!), die de wagen een heel eigen touch gaven, een soort van “baby-Cadillac”!

De modellen ’68 van de fullsize Chevy’s kregen voor en achteraan aangepaste spatschermen, waarvoor de zijdelingse ramen verdwenen ten voordele van een modernere “Astro” verluchting. Dat jaar werd bovendien voor de Caprice kopers een nieuwe optie ontwikkeld, namelijk inklapbare koplampen, die het front beter moest onderscheiden van de Impala. De klanten kozen nog steeds voor meer voor de koppelsterke big block motoren.

1969 bood weer nieuws. Het koetswerk van de Chevrolet topserie kreeg een nieuwe grille/bumper combinatie en omdat de daklijn van de Caprice bij het publiek zo goed overkwam, werden ook de tweedeurs Impala’s ermee uitgerust.

Maar de Caprice modellen onderscheidden zich nog steeds van de goedkopere Impala’s door de opvallende koetswerklijn, de wielafdekkingen en natuurlijk de Caprice emblemen. De inklapbare koplampen werden nog steeds aangeboden en de station wagon op de Caprice stijl heette nu Kingswood Estate en was voorzien van een nieuwe achterbumper.

In 1970 keerde Chevrolet voor zijn fullsize modellen terug naar een eerder conventioneel front, waarin radiatorgrille en bumper weer gescheiden waren. Achteraan waren de lichten in de bumper verwerkt. De aparte lijn rond de wiel uitsnijdingen bleef behouden, maar de Chevy stylisten gaven de ’70 modellen een frisser uitzicht. De 454 (RPO LS4) verving de 427 als grootste motor in de Caprice reeks.

Maar de wereld zou begin jaren ’70 ingrijpender veranderen dan de ingenieurs konden voorzien. In 1971 zag de toekomst van de auto er nog vrij rooskleurig uit en de fullsize modellen vielen een stuk groter uit dan het jaar voordien. De nieuwe Caprice (nog steeds gebaseerd op het Biscayne/Bel Air/Impala platform) woog met de 9-zits station wagon dankzij de wielbasis van 125 duim 2150 kilo. Stijgende benzine prijzen en strengere wetten over het loodaandeel in de brandstof beteugelden Amerika’s drang naar steeds meer power. Vergeten werd de 454 ci motor, die vervangen werd door een zwakkere en minder dorstige 400 ci. Veel klanten bestelden in de “Grand Chevrolet” de nu ook leverbare 350 ci small block. De Caprice ’71 kreeg achteraan standaard wielafdekkingen. In 1973 vorderden nieuwe wetten ook nieuwe energieabsorberende bumpers. De veiligheids apostels hadden de bovenhand gehaald op de auto estheten. Niet weinig Chevy specialisten zijn van mening dat de ’72 Caprice modellen de mooiste van de vroege jaren ’70 waren. De vreugde over de nieuwe Caprice cabriolet, die in 1973 voor het eerst deel uitmaakte van de modellenreeks, werd weggeveegd door de oliecrisis(“the great gas shortage”’ zoals de Ami’s zeggen), die in 1974 de autodromen krachtig afremde. De Caprice Classic ’74 verschilde van de Bel Air en de Impala door een nieuw, apart front. Een radiatorgrille met verticale staven, strikt gescheiden van de lampen, was het highlight van het exclusieve Capricefront, maar ook de spatschermen en de motorkap onderscheidden zich van de ander fullsize modellen. De ontbrekende power ving de Ami’s nu op met bijna kitscherige styling gags. Enorme “ogen” (opera windows) smukten de C- stijlen op en de nu al traditionele houten bekleding op de flanken was voor de Caprice Estate Wagon tegen meerprijs verkrijgbaar.

Tot het model jaar ’77,  dat veel wijzigingen met zich meebracht, zou er in de Caprice reeks niet veel veranderen. “Down- sizing” was in Detroit het nieuwe toverwoord.

Daarachter verborg zich het streven van de designers het verbruik te drukken door de grootte en het gewicht te verminderen, echter zonder hun representatieve status te verliezen.

De Caprice ’77 was met zijn wielbasis 5.5 duim korter dan het vorige model en woog liefs 300 kilo minder dan het model in ’76! De basis V8 ging van 5.7 naar 5 liter cilinderinhoud, die het onderhoudt kosten sterk drukte. Ronde wieluitsnijdingen en een ongewone achterruit kentekenden de koetswerkstijl van de Caprice Classic en Impala ’77. De Chevy designers hadden met het huidige model een stevige stap terug gezet, wat ook blijkt uit het feit dat deze vorm (met kleine veranderingen)  tot in de jaren ’80 zou worden toegepast. Toen dan de jaren ’90 naderden, werd het tijd voor een nieuw fullsize model, Chevrolet vertrouwde nog altijd op het beproefde klassieke concept een V8 met achterwiel aandrijving te combineren. Niet ten onrechte, want dat zorgt voor meer rijcomfort.

Met een wielbasis van 116 duim had de nieuwe Caprice Classic ’91 (die in 1990 werd voorgesteld) een gunstig aërodynamisch koetswerk van 5.44 meter lang.

Een hoop werk in de windtunnel had geleid tot een Cw van 0,323. Indrukwekkend voor een vierdeurs zeszitter!

Het slanke nieuwe Caprice koetswerk viel op door een diep naar onder reikende motorkap, een sterk hellende voorruit, een semi-fastback achterruit en een groot maar vlak afhellend kofferdeksel.

Zelfs de 2 buitenspiegels waren aërodynamisch, want de specialisten hadden in de GM- windtunnel geleerd ook op dergelijke kleinigheden te letten. Al deze verbeteringen in het design leiden ertoe dat de Caprice met een gallon benzine nu drievierde mijl verder kon rijden.

Er waren twee verschillende ophangingpakketten verkrijgbaar: het standaard FE1 en het FE2 voor de Caprice Classic met Trailing Package. FE2 betekende 50% hogere veren, grotere schokdempers en strakkere lagers. Voor de politie werd een bewerkte versie van de FE2- ophanging gebruikt en de politiewagens kregen ook 350 ci motoren, een heavy duty koeling en dito batterij, een gesperde achteras (3,08:1), vier schijfremmen (ABS), speciale banden voor hogere snelheden, bredere velgen ene en digitale snelheidsmeter, die gewaarborgd tot op een mijl per uur juist werkte.

In 1991 kwam er nog een Caprice Classic Wagon, die als achtzitter met drie zetelrijen was gebouwd. De 2030 kilo zware luxecombi was maar liefst 5.92 meter lang en had meer dan 4.8 m3 binnenruimte.

In 1994 tekenden de Chevy- jongens een Caprice politiemodel (met de Corvette LT1- motor) en een soort van “Sports Sedan”die ze Impala SS noemden. De ziel van deze moderne muscle car heette Caprice… en dankzij de zwarte beschildering, de banden van 17 duim en de verlaging werd het model een echte publiekstrekker. Bij zijn voorstelling in 1990 werd zijn lijn (met een hoog onderstel) door de kritikasters lachend “blob” (blaas), of UFO genoemd. Een paar kleine veranderingen hadden een duidelijk effect gehad!

Des te treuriger was het dan ook dat in de zomer van '96 de laatste Caprice Classic (en Impala SS) de fabriek van Arlington, Texas, verlieten. Want met deze grote achterwiel aangedreven V8 Chevrolets is een stuk Amerikaanse autocultuur gestorven. Misschien zullen de verantwoordelijken van Chevrolet ooit tot een vaststelling komen dat zij een fout hebben gemaakt, maar zeer eerlijk staan de kansen niet goed. Want het grote geld vermoeden de beslissers in de toekomst in het truck- segment.

Plaats voor sentimentaliteit is er niet meer!

Maar met een dealer brochure zoals hieronder beschreven wil je wel terug naar die tijd, en met ons als hobbyisten zal de fullsize tot in de lengte der dagen een heerlijke verschijning blijven op de Europese wegen.

 

Caprice ‘72

Aantal cilinders: V8

Cilinder inhoud: 400 ci

Topsnelheid in km/uur: 200

Productie jaar: 1972

Productie aantal: 7200

 

Tekst: Jim Maxwell (aangevuld door Joop Bos)

Foto’s: Joop Bos (verkregen via het web)